Qi Gong


Qi gong is ontstaan in centraal China ongeveer 5000 v Chr. Als middel om de gezondheid te bevorderen van de lokale mensen. In een vochtig klimaat was er een behoefte om de spieren en gewrichten soepel te houden. Qi gong bleef zich over de jaren verder ontwikkelen ook op martiaal gebied. Dit leidde in de 13e tot de basis beginselen van het Tai Chi door Zhang Sanfeng. Hij ontwikkelde de interne martiale vechtkunst met het gebruik van drukpunten. Dit is de oorsprong van het Dim mak. Hieruit zijn ook de 72 taijiquan bewegingen onstaan.

Tijdens de Qi Gong lessen leren we werken vanuit de skelet structuur. Een goede houding zorgt voor een betere doorstroming van de energie. De lessen bestaan uit individuele en partner oefeningen. Ook worden er wel vaste vormen geoefend zoals de Ba Duan Jin en de Shibashi. 

De individuele of losstaande oefeningen zijn binnen het Qi Gong belangrijker dan de vaste vormen. Hiermee verschilt het Qi Gong van het Tai Chi, waarin veel tijd wordt gestopt in de vorm. De combinatie om Qi Gong te beoefenen en vechtsporten, Tai Chi of yoga is ideaal.

De partner oefeningen zorgen ervoor dat de juistheid van de oefening getest wordt. Als men dit gevoel vast kan houden, kan men dit daarna individueel oefenen. Daardoor ontstaat er een mooie groei in de oefeningen. 

Back to top